of hoe ik er steeds weer in slaag om mijn tijd nutteloos te passeren

Het leven is als een kamelenhaar.
 
Tot die conclusie kwam ik deze morgen, toen ik in de spiegel naar mijn eigen aan het staren was. U wilt niet weten wat voor hersenkronkels ik soms nog allemaal heb, maar deze wilde ik toch eventjes delen.
Het was vijf voor zes, ik had mij net in elvendertig haasten gewassen en ik stond mijn eigenste zelve te bestuderen in de spiegel. In mijn blootje ja. Ik zou mij er niet te veel bij voorstellen, want ik zag waren een heleboel rode vlekjes. Ze is namelijk terug, m'n rare vlekjes-ziekte, sinds gisteren. En deze morgen stond ik dus de evolutie der vlekjes-verspreiding te analyseren. Tot plots dat ene zinnetje door m'n hoofd schoot.
 
Het leven is als een kamelenhaar.
 
Haar. Van Kamelen. Vraag me niet hoe ik erbij kom, want ik weet het niet. Ik heb het me nochtans afgevraagd. Ik heb er een volledig half uur denkwerk aan besteed. Ik heb overeenkomsten gezocht. Kenmerken van de twee opgenoemd en vergeleken.
Een kamelenhaar? Beige (of toch zo kindjeskakkleurachtig). Eéntonig. Saai. Buigzaam. Glanzend misschien? Ik heb eigenlijk van mijn ganse kwarteeuwlange leven nog nooit een kamelenhaar gezien.
Het leven? Alleszinds niet beige. Eéntonig misschien soms een beetje, maar voor de rest?
 
Het leven is helemaal niet als kamelenhaar!
 
Wat een dwaze bedenking!

Advertenties

>of hoe ik er steeds weer in slaag om mijn tijd nutteloos te passeren

>

Het leven is als een kamelenhaar.
 
Tot die conclusie kwam ik deze morgen, toen ik in de spiegel naar mijn eigen aan het staren was. U wilt niet weten wat voor hersenkronkels ik soms nog allemaal heb, maar deze wilde ik toch eventjes delen.
Het was vijf voor zes, ik had mij net in elvendertig haasten gewassen en ik stond mijn eigenste zelve te bestuderen in de spiegel. In mijn blootje ja. Ik zou mij er niet te veel bij voorstellen, want ik zag waren een heleboel rode vlekjes. Ze is namelijk terug, m'n rare vlekjes-ziekte, sinds gisteren. En deze morgen stond ik dus de evolutie der vlekjes-verspreiding te analyseren. Tot plots dat ene zinnetje door m'n hoofd schoot.
 
Het leven is als een kamelenhaar.
 
Haar. Van Kamelen. Vraag me niet hoe ik erbij kom, want ik weet het niet. Ik heb het me nochtans afgevraagd. Ik heb er een volledig half uur denkwerk aan besteed. Ik heb overeenkomsten gezocht. Kenmerken van de twee opgenoemd en vergeleken.
Een kamelenhaar? Beige (of toch zo kindjeskakkleurachtig). Eéntonig. Saai. Buigzaam. Glanzend misschien? Ik heb eigenlijk van mijn ganse kwarteeuwlange leven nog nooit een kamelenhaar gezien.
Het leven? Alleszinds niet beige. Eéntonig misschien soms een beetje, maar voor de rest?
 
Het leven is helemaal niet als kamelenhaar!
 
Wat een dwaze bedenking!

>en toen waren we weer bij af

>Het nieuws kwam als een donderslag bij heldere hemel en sloeg in als een bom. Er werd over gehuild en geroepen, gescholden en getroost. Er volgden enkele slapeloze nachten en een oneindig voortduren geklaag en gezaag (van mijn kant) , maar uiteindelijk werd nieuwe moed gevonden (Jeroen).

Onze bouwvergunning werd geweigerd.

Dat werd ons telefonisch meegedeeld op 4 januari. Eerstdaags zouden we daar de schriftelijke bevestiging van krijgen. Intussen zijn we een tweetal weken verder en hebben we nog steeds niets ontvangen.

Zouden ze van gedacht zijn veranderd? Ik hoop het alvast wel. Feit is, zolang we geen officiële weigering hebben, kunnen we ook geen bezwaar indienen. Drie en een halve maand wordt zo al snel vier maanden vertraging. Of wie weet hoeveel nog meer.

>Roadtrippin’

>Je kan ervan denken wat je wil, maar met reisverslagjes of fotoreportages kom ik altijd een week of twee te laat.
Misschien herkenbaar (maar hoogstwaarschijnlijk niet, het schijnt dat ik nogal authentiek (of autistisch) ben in die dingen): je sleurt een hele week overal je notitieblokje en fototoestel mee in de sjakosj en bij elke iet-of-wat interessante gebeurtenis denk je “dit moet ik onthouden/opschrijven/fotograferen.
Uiteindelijk, bij thuiskomst, vliegen notitieboekje en fototoestel aan de kant en tegen dat het moment gekomen is dat je eindelijk eens achter de computer kruipt om foto’s en verslag online te zwieren, ben je alle sappige detailtjes vergeten.

Wat volgt is dus bijgevolg ende logischerwijs een verslagje zonder sappige details. The crowd goes “ooh” .

Het is intussen alweer bijna twee weken geleden, maar op die bewuste zondagmorgen 20 december van het jaar 2009 (waar is den tijd zeg. tweeduizendénnegen!), zagen wij (zijnde mijzelve en mijn allerliefste manmensmetgezel) bij het ontwaken in de vroege ochtend (lees: rond een uur of 10) dat ons allerlieflijkste boerendorpje bedekt was onder een dik wit tapijt.

Normaal gezien zou dat een boel “oooh”s en “aaaaah”s uitlokken van mijnentwege, ware het niet dat er die week al eens zo’n wit tapijt had gelegen en dat ik toen zelf heb mogen ondervinden dat roadtrippin’ in de sneeuw niet zo’n bijster leutige ervaring is. “Awoert”, dachten wij dus in ons hoofd en in plaats van op het gemakje op te staan, koffertjes te vullen en uitgebreid van koken-eten te doen, propten wij een hoop dikke truien in ons valies, aten snel een stuutje bij wijze van brunch en weg waren we. De autoSNELweg op.

En toen waren we vertrokken voor kilometers stapvoets wandelen met de auto. Een hele sliert wagentjes in één lange rij. Akke akke tuut tuut weg zijn wij.

Gelukkig hebben ze in Frankrijk betere/snellere sneeuwruimers/strooiers dan bij ons en van aan de grens raakten we dus toch iets sneller vooruit.

Naarmate de uurtjes passeerden, zagen we minder en minder sneeuw langs de rand van de weg, maar jammer genoeg kregen we toen wel af en toe een plensbui over ons heen.
Rond een uur of zes, bij het vallen van de duisternis kwamen we aan op onze bestemming, maar enkele kilometers voor aankomst hadden we nog het geluk om een troep herten de weg te zien oversteken, een hondertal meter voor de auto. Ze stonden ons langs de kant van de weg op te wachten, om snel het bos in te sprinten toen we voorbijreden. Het was alweer een heel eind geleden dat ik zó enthousiast was om hertjes te zien!

Bij aankomst in Vernantes bleek ons hotel (‘Le Pélican‘) er verdacht donker uit te zien. Niet echt een geruststellend gevoel in een dorpje in the middle of nowhere waar verder ook niets te beleven valt. Aan de deur hing gelukkig een briefje met telefoonnummer en enkele luttele minuutjes later had de patron ons onze kamer toegewezen. De luxesuite. Omdat we toch de enigen waren die die dag in het hotel verbleven.

Helaas pindakaas was het restaurant van het hotel die avond wél gesloten. En de dag daarna. Dat zal ons leren vooraf niet te laten weten dat we ter plaatse willen eten. Of er in de omgeving nog restaurantjes waren die hij kon aanraden? Neen. En dus heeft meneer speciaal voor ons toch iets klaargemaakt. Wat een service..