>weerbericht

>

Al twee dagen op rij vertrek ik ’s ochtends naar het werk in een plensbui. Maandag moest ik nog in snel-snel teruglopen om m’n regenjasje, dinsdag had ik gelukkig al gezien dat het regende voordat ik beneden aan de voordeur stond. Twee dagen op rij vertrek ik vanuit een druilerig Brugge naar een bewolkt maar kurkdroog Brussel. Twee dagen op rij staan de collega’s verbaasd te kijken als ik mét jas het kantoor kom binnenvallen.
Deze morgen zag ik door het raam een stralend blauwe hemel en verliet ik blijgezind en jasloos het appartement.
Zo’n tien minuten geleden zag ik de lucht donkergrijs kleuren en intussen vallen de eerste druppels naar beneden. De straten liggen er al flink nat bij en ik zie overal parapluutjes wandelen.
Mijn innerlijke weervrouw is duidelijk op verlof.

Edit:  Na één regenbuitje is het weer opgeklaard en ik ben met het zonnetje op mijn bolletje naar huis teruggekeerd. Hoera! 

Advertenties

>over cijfers en nummers en gevoelens (shock!) en al

>Het is weer zover. Binnenkort verjaar ik. Over een paar dagen.

26 word ik er. Jaren. Jáááááren.

Maar tot die bewuste ‘verjaardag’ er effectief is, blijf ik volhouden dat ik er 25 ben. Tegen mezelf, mijn vriendje, familie, in enquêtes,..

Het is een lelijke leeftijd, vind ik, zesentwintig. Het is nog niet zover, maar we zijn wel onherroepelijk dichter bij de 30 dan tegen de 20. En dat klopt niet, want in ons hoofd zijn we nog maar net 20.

Het is niet zo dat ik me plots oud voel. Intgendeel, ik voel mij te jong om het labeltje 26 te krijgen.Ik ben diep in mij nog steeds een huppeltrutje dat roze speldjes in dr haar steekt en doodonnozelcontent is met nieuwe (roze?) schoenen, dat meppen uitdeelt bij het zien van gele auto’s en saroma-puddingskes maakt uit nostalgie naar ‘toen-die-tijd-dat-we-elke-middag-bij-oma-gingen-eten.

Ik wil eigenlijk helemaal geen zesentwintig worden, eigenlijk.

>IK WORD METER

>

Omdat het een beetje onmogelijk is om te beschrijven hoe blij ik was gisteren toen M & M me vroegen om meter te worden van hun kleine boeleke, zal ik het ook niet proberen.

Maar moest je me de komende dagen tegenkomen zal je het wel ondervinden.

Weet je het al? IK WORD METER!

>gevogelte hoort in een pan

>Er zijn zo van die dagen dat het allemaal wat relaxer mag. Dat er geen haast achter zit. Dat je langzaam aan kan wakker worden zonder het verveldene getuut van de wekker en zonder dat je meteen je bed moet uitspringen. Zoals zondagmorgen bijvoorbeeld.

Zondagmorgen liep ik met mijn slaaphoofd naar de badkamer, zette het raam open voor vééél verse frisse lucht (en niets anders, laat dat duidelijk zijn!) en liet ik het bad vollopen. Klaar voor een uurtje genieten.

Helaas. Ik had amper tijd om wat te dagdromen, toen Het Gevleugelde Monster tevoorschijn kwam..

Het begon met wat gerommel en gekras en plots was het daar. Het Gevederde Gevaar. Eerst nog wat aarzelend op de rand van het raam, met die venijnige kraaloogjes in mijn richting kijkend.

“Kssssst!!” deed ik. En ik zwaaide met mijn armen. “Weg, vort beest!”.

De Grijze Verenbal was weinig onder de indruk en fladderde doodleuk de badkamer in, waarna hij zich bovenop het badkamermeubel installeerde. Straks heel mijn badkamer onder de duivenstront, dacht ik nog, en toen begon ik te gillen.

Weg!! Rotbeest! Keppie, help!! Lief! Schattieieieieieie!!!
Het beest moest het duidelijk niet zo hebben van al dat lawaai en fladderde op. Het bekeek de situatie een tiental seconden van op de wasmachine en vloog vervolgens een rondje boven mijn hoofd. Ik ging net niet kopje onder.

Bolleke!!!!! Boellieieieieieieie!!!!!!

Het Gevaarlijke Beest besloot de rest van de bovenverdieping te bezoeken en verdween de gang door.
JEROEN!!!!!!!!

Eindelijk, onderaan de trap klinkt een geërgerd: “JA! Wadistnu?”

“KOM. DIRECT. Er zit hier een duif… BINNEN!!

Gestommel op de trap. Beest komt binnen gevlogen en gaat in het raam zitten. Antiheld komt binnen. Kijkt naar duif. Kijkt naar mij. Kijkt naar duif. Draait met zijn ogen. Wuift als een jeanette met zijn handje. Ik mag dat zeggen, jeanette, hij was niet half zo snel boven als ik had gewild! Duif niet onder de indruk van handgewapper. Lief zucht. Zet één stap naar voor. Slaat raam dicht. Fladderbeest weg.

In mijn binnenste juich ik van contentement. Ik heb het niet voor vogels. Nooit gehad.
Mijn buitenste werpt het lief een woedende blik toe. “Waar zat je nu zo lang hé?!? Dat beest heeft hier al heel den boven afgevlogen, sebiets ligt heel je bed vol duivenkak!”

Lief, ik citeer: “Ik dacht nog: wat voor ’n onnozel wijf zit daar nu zo te gillen. Na vier keer had ik pas door dat jij het was.”
Redder in nood, mijn gat!

>alweer een feestje in mijn hoofd!

>Oef. Eindelijk. Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad, het heeft veel geduld gevraagd en ook wél een financieel plan, maar het is toch maar weer in orde gekomen. Alle nodige handtekeningen zijn gezet én het heeft ons zelfs niets extra gekost.

Ons bouwkrediet werd goedgekeurd! Tijd om te beginnen uitgeven!

>over luiheid en probeersels

>Ik weet niet hoe de rest van de mensheid erover denkt, maar ik persoonlijk, ik kook niet graag voor één persoontje. Zijnde mezelf. Zo komt het, dat als het lief op reis is, het nogal eens voorkomt dat ik op één dag drie keer boterhammetjes eet. Of twee keer. Of twee dagen na elkaar. Of drie.

Ik vind dat niet erg; Alleen eten is toch ongezellig en warm eten smaakt zóóó veel beter in gezelschap! Om maar niet te zeggen dat warm eten zonder gezelschap redelijk eetlustremmend is. Is dat een woord? Eetlustremmend? Laat ik het maar bij onsmakelijk houden.

However, af en toe smijt ik het één en ander samen in een pot, meestal een samenraapsel van restjes uit de koelkast, en dan ben is trots op mezelf omdat ik geen boterhammen eet. Niet dat het brouwel daarom lekkerder is dan boterhammen. Ik bedoel maar…

Vanavond smeet ik een hoop sla in een bord, knipte er een halve paprika in (leve de tupperware-schaar!) en een paar schellekes salami.samen met een handvol zwarte olijven. Ge fronst bij die combinatie? Ewel, ik ook.
Toch een flinke geut dressing erover en dan krijg je dit resultaat:

Het verdict: volgende keer wat minder dressing en salami vervangen door kippeschelletjes. Don’t try this at home, dus. Maar wel eetbaar.