>gevogelte hoort in een pan

>Er zijn zo van die dagen dat het allemaal wat relaxer mag. Dat er geen haast achter zit. Dat je langzaam aan kan wakker worden zonder het verveldene getuut van de wekker en zonder dat je meteen je bed moet uitspringen. Zoals zondagmorgen bijvoorbeeld.

Zondagmorgen liep ik met mijn slaaphoofd naar de badkamer, zette het raam open voor vééél verse frisse lucht (en niets anders, laat dat duidelijk zijn!) en liet ik het bad vollopen. Klaar voor een uurtje genieten.

Helaas. Ik had amper tijd om wat te dagdromen, toen Het Gevleugelde Monster tevoorschijn kwam..

Het begon met wat gerommel en gekras en plots was het daar. Het Gevederde Gevaar. Eerst nog wat aarzelend op de rand van het raam, met die venijnige kraaloogjes in mijn richting kijkend.

“Kssssst!!” deed ik. En ik zwaaide met mijn armen. “Weg, vort beest!”.

De Grijze Verenbal was weinig onder de indruk en fladderde doodleuk de badkamer in, waarna hij zich bovenop het badkamermeubel installeerde. Straks heel mijn badkamer onder de duivenstront, dacht ik nog, en toen begon ik te gillen.

Weg!! Rotbeest! Keppie, help!! Lief! Schattieieieieieie!!!
Het beest moest het duidelijk niet zo hebben van al dat lawaai en fladderde op. Het bekeek de situatie een tiental seconden van op de wasmachine en vloog vervolgens een rondje boven mijn hoofd. Ik ging net niet kopje onder.

Bolleke!!!!! Boellieieieieieieie!!!!!!

Het Gevaarlijke Beest besloot de rest van de bovenverdieping te bezoeken en verdween de gang door.
JEROEN!!!!!!!!

Eindelijk, onderaan de trap klinkt een geërgerd: “JA! Wadistnu?”

“KOM. DIRECT. Er zit hier een duif… BINNEN!!

Gestommel op de trap. Beest komt binnen gevlogen en gaat in het raam zitten. Antiheld komt binnen. Kijkt naar duif. Kijkt naar mij. Kijkt naar duif. Draait met zijn ogen. Wuift als een jeanette met zijn handje. Ik mag dat zeggen, jeanette, hij was niet half zo snel boven als ik had gewild! Duif niet onder de indruk van handgewapper. Lief zucht. Zet één stap naar voor. Slaat raam dicht. Fladderbeest weg.

In mijn binnenste juich ik van contentement. Ik heb het niet voor vogels. Nooit gehad.
Mijn buitenste werpt het lief een woedende blik toe. “Waar zat je nu zo lang hé?!? Dat beest heeft hier al heel den boven afgevlogen, sebiets ligt heel je bed vol duivenkak!”

Lief, ik citeer: “Ik dacht nog: wat voor ’n onnozel wijf zit daar nu zo te gillen. Na vier keer had ik pas door dat jij het was.”
Redder in nood, mijn gat!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s