Saturday

Zaterdagochtend, half negen. De wekker gilt “Opstaan!”, maar mijn hoofd schreeuwt “NEEEEE!”
In de verte hoor ik de radio spelen, na een tijdje herken ik Seven Nation Army. M’n hand dwaalt over het nachtkastje. De wekker zwijgt, de radio neemt het over, dichtbij deze keer.

Als ik eindelijk een oog open krijg, blijkt dat er al een straaltje zon binnenvalt.

ZON.

Tijd om op te staan.

Tijd om met het gezicht naar de zon te staan.

Tijd om… Hé, daar heb je het lief. Buiten. En zijn papa en opa. Ook buiten. Met dikke jassen en rode neuzen en een berg plantjes en een haag die steeds maar langer wordt.

Tijd voor koffie. Maar eerst nog een warme douche. En dan koffie. En dan kan het weekend écht beginnen.

Licht in de duisternis.

Omdat we intussen toch al december zijn. Omdat het ’s ochtend als we toekomen nog pikdonker is en ’s avond als we terug naar huis vertrekken alweer minstens even duister. Omdat we graag lichtjes zien. En eigenlijk nog het meest van al omdat het gewoon supergezellig is.
Daarom hebben wij ons mini-kerstboompje op het werk alweer opgezet.