Eigenlijk ben ik daar een beetje jaloers op.

Op dagen zoals vandaag, dagen dat ik niet uit werken moet en thuis ben, maar tegelijk toch al voor dag en dauw de slapers uit mijn ogen heb verdreven, op dagen zoals deze, besef ik dubbel zo hard hoeveel tijd ik verlies met over en weer te pendelen naar Brussel.

Deze morgen liep de wekker af om half zeven, dat is een uur later dan op andere dagen. Ik startte mijn dag dus al beter uitgeslapen en met meer energie. Er was ook tijd voor ontbijt én koffie en om de krant te lezen, wat anders op de trein of helemaal niet gebeurt.

Ik ruimde de keuken aan de kant, groette de vriendjes op twitter, plooide al de was, kreeg een aanval van nomophobia, speelde een spelletje op facebook, bracht de werkman hier in huis (de reden van mijn thuis-zijn) zijn koffie, luisterde naar de werkman zijn uitleg over het reeds verrichtte werk en toen.. toen was het 9 uur. Negen uur. Negen, het uur waarop het zo ongeveer licht is buiten. Negen uur en ik heb precies al een halve dag achter de rug, terwijl mijn dag anders nog maar amper is begonnen.

Wat mij nog het meest verbaasde? Dat het ‘spitsuur’ hier in onze straat pas rond kwart voor negen begint. Dat de meeste mensen dus blijkbaar pas rond kwart voor negen vertrekken naar het werk. Ik begrijp dat niet zo goed. Persoonlijk ken ik niemand die zo laat pas naar het werk moet vertrekken. Wat ik me dus eigenlijk afvraag.. Wie zijn ze? Die laatvertrekkers. Wat doen ze? Werken ze? Gaan ze op uitstap? Hoe laat komen ze dan terug? Zijn het dezelfde mensen die om 16u al terug huiswaarts keren? Of zijn zij het, die tot laat op de avond op kantoor blijven hangen?

So far, no good.

Geen drank op de nieuwjaarsreceptie, tegen de vlakte gaan in ’t station, blauwe knieën en een verrekking, nietsnutten van collega’s, een snotvalling en een migraine-aanval.

2012 gaat hem serieus mogen herpakken, me dunkt.

Kleine dingen

Vandaag at ik boterhammen uit een boterhammendoos.
Dat is voor u misschien normaal, voor mij is dat redelijk uitzonderlijk, want boterhammendozen, die nemen veel plaats in de sjakosj.

Vandaag at ik door het lief gesmeerde boterhammen uit het lief zijn boterhammendoos. Niet omdat ik zijn eten van onder zijn neus heb weggepiekt – wie mijn lief kent, weet dat zoiets levensgevaarlijk is.

Wél omdat het lief deze morgen tijdens zijn verlof extra vroeg opstond om voor mij boterhammetjes te smeren.
Zelden zo’n lekkere boterhammekes gegeten, trouwens.
(Aja, want meestal ben ik ’s morgens gewoon te traag en heb ik geen eten mee.)