Miss Dracula?

Gisteren stond ik ’s ochtends op, waste ik mij, kleedde ik mij aan, ging de trap af en installeerde mij in de keuken voor het ontbijt.. zomaar.. in één keer.

Zonder dat ik plat op m’n rug op de badkamervloer moet gaan liggen om te bekomen van het douchen. Zonder dat ik op het onderste treetje van de trap moet zitten uitpuffen van de inspanning om naar beneden te komen. En zonder dat ik mij aan de keukentablet moet vasthouden om niet van mijn kruk te kantelen.

Dit lijkt voor jullie misschien allemaal redelijk normaal, maar voor mij was dit de eerste keer in een zestal weken. Ik was blij als een klein kind.

Ik zie mezelf nog niet direct een hele middag op wandel gaan, maar alleen al het feit dat ik ’s ochtends zonder rustpauzes beneden raak, is voor mij al een hele vooruitgang.

Ik geef toe dat ik het hele bloedtransfusie-gedoe vooraf absoluut niet zag zitten. Het idee dat iemand anders’ bloed door mijn aders zou vloeien vond ik een klein beetje (lees: heel erg) freaky, dus het was met een klein hartje dat ik mij in het ziekenhuis aanmeldde. Ik had nooit gedacht dat ik me in een paar uur zoveel beter zou gaan voelen.

Hopelijk raak ik er nu met de ijzertabletjes snel helemaal bovenop. Ik zie het alvast weer helemaal zitten.

2012 | Week 15

Advertenties

Ik ben geen moeilijke.

Zo triestig als het weer vandaag is, zo zonnig was het vorige week. Terwijl ik voor het eerst sinds lang m’n fototoestelletje nog eens bovenhaalde, pootte het lief patatten.

Zon. Lief. Bloemetjes. Een tuin. Meer heeft een mens soms niet nodig om te genieten.

Wazige blommen, mijn specialiteit.
SDC10153
SDC10170
Untitled
Al zou een goeie gezondheid ook geen overbodige luxe zijn.

Kleine dingen.

Dit weekend kreeg ik van het lief zijn mammie een pot vrolijke bloemetjes. Om me op te vrolijken tijdens het ziek zijn. Lente in een bloempot, als het ware. Zeker als het zonlicht over de blaadjes danst.

Vorige week was mijn mama de reddende engel toen ze m’n strijk kwam halen. De berg was intussen redelijk enorm geworden en ik zag er geen beginnen meer aan. Enkele dagen later moest ik enkel nog de stapeltjes in de kast leggen.

Het zijn kleine dingetjes als deze, die me op slechte dagen minder humeurig maken. (Ik ging schrijven “blij maken”, maar dat zou een beetje té zijn.)

Vandaag heb ik een slechte dag.

Deze morgen kwam de poetsvrouw, wat op zich een heugelijke gebeurtenis is, maar ik moest dus wél voor 8 uur presentabel zijn.
Ik dronk mijn glaasje vloeibaar ijzer, raapte mezelf bijeen en plofte in de zetel.

Twee minuten heeft het geduurd. Daarna liet mijn lichaam mij weten dat het vandaag niet zo’n zin had in vloeibaar ijzer. Of in een boterhammetje met smeerkaas. Of in een halve prince koek.

Ik heb het opgegeven. Voor de middag krijgt het alleen nog maar slaap.

Bij gebrek aan avonturen, vertelt men het saaiste eerst.

Ik waagde me toch nog eens buiten gisteren. Want frisse lucht is gezond, zeggen ze. Veel water drinken en rusten ook. En ijzer vreten. Of in mijn geval drinken, want ik neem ijzer in bruistabletjesvorm.

Dus. Ik waagde mij buiten en slofte door de tuin, op zoek naar het lief. Helemaal alleen languit in de zetel liggen is namelijk lang zo tof niet als het lijkt.

Ik slofte door te tuin tot helemaal achterin, waar het lief en zijn pappie hout aan het verhakselen waren. Onderweg kwam ik een sympathieke mens tegen die de moestuin aan ’t ploegen & freezen was. Ik hield halt en deed een praatje. En toen slofte ik verder tot bij het lief. Die stopte me een halve boom in de handen.

Ik stond erbij en ik keek er naar. Tot hij teken deed dat ik het ding door de hakselaar moest duwen. Wat ik dan ook maar deed.

Het was koud en het waaide en het rook een beetje naar kak, want één van de boeren in het gebuurte had mest gevoerd. Denk ik.

Ik stond er nog een beetje bij en keek er nog een beetje naar. En toen had ik het gehad en slofte ik weer terug. Naar binnen.

En toen ineens was ze daar. De zon. Ik stond voor het raam en ze scheen op mijn gezicht en ze maakte m’n hele dag goed.