Want voor aardbeien doe ik alles.

Nooit te vroeg juichen, zeggen ze dan. Ik had er beter rekening mee gehouden toen ik het vorige stukje schreef, intussen alweer .. zes (zes!?) weken geleden.
Na de bloedtransfusie voelde ik mij onmiddellijk stukken beter, maar helaas bleef dat effect niet duren. Ik ging een weekje werken in Brussel, bleef een weekje thuis (blokverlof), kreeg last van mijn maag, mocht m’n ijzerpilletjes niet meer nemen, moest een week rust nemen, ging terug een weekje naar Brussel, kreeg andere ijzerpillen, bleef een beetje thuis (hoera voor verlengde weekends), ging terug twee dagen naar Brussel.. en toen waren we terug bij af.

Nu ja, niet helemáál terug bij af natuurlijk. Mijn bloedwaarden waren al een stuk beter dan de eerste keer, maar wel nog steeds rotslecht. Combineer dit met een bloeddruk van 8 over 5 en ik wist meteen waarom ik constant het gevoel had dat ik van mijn sus ging gaan. De collectie pilletjes werd nog een beetje aangevuld en ik werd opnieuw veroordeeld tot ‘rusten’.

Ik kan je verzekeren. Rusten is leuk voor twee dagen. Of misschien voor een week als ’t zonnetje schijnt (zoals nu), maar de voorbije weken was er van zon geen sprake en de rust komt intussen m’n oren uit.

De laatste paar dagen voel ik mij terug sterker, gelukkig. En ik heb zelfs al een paar dagen achtereen geen middagdutje nodig gehad. Dus heb ik mij voorgenomen om straks met de fiets naar ’t boertje om aardbeien te gaan, zo’n 200m verderop. De ultieme test, zeg maar, om te zien of ik mijn krachten terug heb.

 Ik ben zowaar een beetje zenuwachtig.

Advertenties